Blog

Dark Calories & Toxic Oils: What’s Really Hiding in Your Food?

Dark Calories & Toxic Oils: What’s Really Hiding in Your Food?

When it comes to what’s on our plates, there’s more going on than meets the eye. You’ve probably heard about calories, carbs, and fats, but terms like dark calories and the hidden dangers of seed oils might be less familiar. Today, we’re uncovering what these mean—and why 

Industry Playbook: Health or Hype?

Industry Playbook: Health or Hype?

The food industry knows how to play the game. Slick marketing, feel-good slogans, and carefully crafted buzzwords all create an illusion of health that’s hard to resist. Labels like “all-natural,” “low-fat,” and “organic” are thrown around liberally, but how often do we stop to question 

Van stopcontact tot bestuursbesluit

Digitale soevereiniteit begint niet in de cloud, maar onder je bureau

Ergens in een overheidsgebouw zit een vergaderzaal met te dure stoelen, lauwe koffie en een scherm waarop het woord cloudstrategie staat.

Aan tafel zitten mensen die verstand hebben van processen, gegevensstromen, governance, risico’s en aanbestedingen. Iemand vraagt of de data wel in Europa staat. Iemand anders zegt iets over compliance. Er valt een afkorting. Waarschijnlijk drie.

Beneden, of misschien gewoon twee verdiepingen verderop, kruipt iemand onder een bureau om een stekker te volgen.

Niet omdat die persoon tegen innovatie is. Niet omdat hij heimwee heeft naar beige systeemkasten en zoemende serverhokken. Maar omdat hij weet dat digitale macht niet begint bij een architectuurplaat. Digitale macht begint ergens veel banaler.

Bij stroom.
Bij hardware.
Bij firmware.
Bij een besturingssysteem.
Bij drivers.
Bij wie updates mag uitdelen.
Bij wie toegang heeft tot de machine.

bestuurskamer

Kortom: bij alles wat meestal “techniek” wordt genoemd zodra bestuurders afhaken.

En precies daar zit het probleem.

De discussie over digitale soevereiniteit blijft vaak hangen bij de vraag of onze data wel in een Europese cloud staat. Dat is een belangrijke vraag. Maar het is niet de enige vraag. Misschien is het zelfs niet eens de eerste vraag.

Want wat heb je aan een Europese cloud als de onderliggende keten alsnog bestaat uit buitenlandse chips, gesloten firmware, Amerikaanse platformsoftware, ondoorzichtige beheerlagen en leveranciers die onder druk van een andere overheid kunnen komen te staan?

Dat klinkt abstract, tot het ineens niet meer abstract is.

Recent ontstond ophef omdat techbedrijven als Microsoft en Meta namen van Nederlandse ambtenaren en wetenschappers deelden met een Amerikaanse senaatscommissie die onderzoek doet naar “techcensuur”. Het kabinet noemde dat ontzettend zorgelijk.

En terecht.

Niet omdat dit ene incident bewijst dat alles misgaat. Maar omdat het laat zien hoe snel digitale afhankelijkheid bestuurlijk en geopolitiek wordt. Vandaag gaat het over namen in documenten. Morgen misschien over toegang, logging, contracten, AI-diensten of infrastructuur waar publieke instellingen niet meer zonder kunnen.

Toch hebben veel organisaties juist de onderste lagen van hun digitale werkelijkheid jarenlang als bijzaak behandeld.

Informatiearchitectuur? Zeker.
Procesmodellen? Natuurlijk.
Applicatielandschappen? Graag.
PowerPoint-platen met blokjes en pijltjes? Altijd.

Maar de laag van stopcontact tot middleware verdween vaak naar beheer, inkoop of leverancier.
Alsof die laag neutraal was.
Alsof hardware geen strategie is.
Alsof een OS-keuze geen machtskeuze is.
Alsof een afhankelijkheid in firmware minder politiek is dan een afhankelijkheid in een cloudcontract.

De voorkant van een dienst kan vertrouwd voelen, terwijl de afhankelijkheid pas achter de deur begint.

Ik herken dat maar al te goed.

In omgevingen waar anderen vooral keken naar informatie en proces, keek ik naar de fysieke laag en het besturingssysteem. Naar de machine zelf. Naar de rare plek waar beleid ineens koper, silicium, drivers en logbestanden wordt.

Dat maakte me soms een einzelgänger. Niet omdat de anderen ongelijk hadden, maar omdat de organisatie had besloten waar “architectuur” ophield. Alles daaronder was techniek.

Maar techniek is nooit alleen techniek geweest.

Zeker nu niet.

AI-compute wordt schaars. GPU’s gaan naar datacenters. Software wordt cloud-first ontworpen. Lokale hardware wordt duurder, beperkter of minder interessant voor fabrikanten. De markt beloont centrale infrastructuur, abonnementen en complete platformen. Niet de eigen machine onder je bureau.

Niemand hoeft thuisservers te verbieden als ze vanzelf onbetaalbaar, onaantrekkelijk of onbruikbaar worden.

Dat is de subtiele verschuiving: van bezit naar toegang. Van eigenaarschap naar gebruiksrecht. Van lokale controle naar een dashboard bij iemand anders.

Voor een hobbyist is dat irritant.
Voor een maker is het beperkend.
Voor een overheid is het gevaarlijk.

Want een overheid die niet meer lokaal kan rekenen, lokaal kan analyseren, lokaal kan opslaan of lokaal kan begrijpen wat haar systemen doen, is maar beperkt soeverein. Dan kun je nog zulke mooie beleidsdocumenten hebben; uiteindelijk draait je autonomie op infrastructuur die je niet beheerst.

Daarom begint digitale soevereiniteit niet in de cloud.

Ze begint onder je bureau.

Niet omdat iedereen weer een serverkast in de gang moet zetten. Niet omdat cloud per definitie slecht is. En ook niet omdat vroeger alles beter was; wie dat denkt, heeft waarschijnlijk nooit om drie uur ’s nachts een RAID-array horen piepen.

Maar omdat lokale kennis, lokale hardware en lokale controle een tegenmacht vormen. Een samenleving waarin niemand meer weet hoe de onderste lagen werken, moet geloven wat leveranciers erboven beloven.

En dat is geen architectuur.

Dat is vertrouwen op goed geluk.

Dus ja: we moeten praten over Europese cloud. Over NIS2. Over aanbestedingen. Over datalokalisatie. Over wetgeving.

Maar we moeten óók weer praten over machines. Over OS’en. Over firmware. Over GPU’s. Over beheerketens. Over mensen die nog weten waar de stekker loopt.

Want tussen stopcontact en bestuursbesluit zit geen detailniveau.

Daar zit macht.

New 3D Printer

Eerste ervaringen met de Creality K2 Pro Combo Na jaren werken met zelfbouw-CNC’s en oudere 3D-printers voelt de Creality K2 Pro Combo bijna onwennig: de printer doet vooral gewoon wat hij moet doen. Waar we gewend waren aan veel afstellen, testen, aanpassen en daarna “produce-and-pray”, is dit 

The IoT Programming Debacle: A Tale of Forked Libraries and Broken Dreams

Ah, the dream of IoT programming! You start with a simple idea—maybe a smart sensor, a connected coffee machine, or a light switch that dims based on your mood. But then reality slaps you in the face like a poorly calibrated robotic arm. What should 

Zwoegen voor Zwemmen: De Zoektocht naar een zwemlocatie

1. Is het donderdagavond?
🔲 Ja → Ga naar vraag 2.
🔲 Nee → 🎉 Geluk gehad! Je mag blijven zitten.

2. Is het water warmer dan een gemiddeld glas kraanwater?
🔲 Ja → Ga naar vraag 3.
🔲 Nee → Mompel iets over “koude rillingen en onderkoelingsgevaar” en overleg met je partner. Kans op vrijstelling: 50%.

3. Is de zwemlocatie bereikbaar zonder een complete dagreis?
🔲 Ja → Ga naar vraag 4.
🔲 Nee → Wijs subtiel op de brandstofprijzen, de lange reistijd en de impact op je energiehuishouding. Partner overtuigd? → ❌ Nee: Ga toch maar zwemmen. ✅ Ja: Blijf lekker thuis.

4. Zijn er andere leuke dingen die je vanavond kunt doen?
🔲 Ja → Check of je partner je geloofwaardig vindt.
    🔲 Nee → Ga naar vraag 5.
    🔲 Ja → Kans op afstel: 30%, tenzij het iets cultureels is, dan 70%.

5. Hoe vol is het bad?
🔲 Leeg → Perfect! Geen smoesjes meer. Je moet gaan.
🔲 Een paar mensen → Zeg dat je niet houdt van mensen die plonzen en spatwater veroorzaken. Effectiviteit: Matig.
🔲 Overvol → “Baken zwemmen? In deze chaos? Onverantwoord!” (Deze smoes werkt maar één keer.)

6. Is Arend in de buurt?
🔲 Ja → Helaas. Hij heeft de perfecte zwemlocatie al gevalideerd en gaat je niet laten ontsnappen. Pak je spullen.
🔲 Nee → Misschien lukt het nu om onopvallend af te haken.

Eindconclusie:
😇 Meer dan drie keer “Ja” geantwoord? Gefeliciteerd, je hebt geen smoes meer. Tijd om te zwemmen.
😈 Meer dan drie keer “Nee” geantwoord? Trek een deken over je heen en bereid je voor op de blikken van je partner. Veel succes.

🔍 Tip: Wil je Arend écht voor de gek houden? Probeer eens een zelfverzonnen zee-algenallergie. Kans op succes: laag, maar het is het proberen waard.

Het vaste zwembad is dicht. Hoe lang? Niemand weet het precies, maar lang genoeg om ons met een probleem op te zadelen. Want zwemmen is gezond, zeggen ze. Goed voor de spieren, de bloedsomloop en de gemoedsrust. En, belangrijker nog: goed voor de relatie. Want de meesten van ons zitten hier niet uit pure liefde voor de zwemsport, maar omdat er thuis iemand met opgetrokken wenkbrauwen en een strenge blik staat te monitoren of we wel actief en verantwoord bezig zijn.

Dus ja, we zoeken een nieuwe zwemgelegenheid. Maar niet zomaar een. We hebben een wensenlijst, of laten we zeggen: een set van absolute minimumeisen. Het water mag niet te koud zijn, het moet niet te druk zijn, en het moet op donderdagavond kunnen. Dat klinkt redelijk, toch? Behalve dat bijna geen enkele plek in de regio daaraan voldoet.

Gelukkig hebben we Arend. Arend is ons geheime wapen. Waar wij bij de eerste hindernis – te ver weg, te koud, te nat – met liefde de handdoek in de ring gooien, is Arend een man van de missie. Met kaarten, tabellen en een wekelijks bijgewerkte lijst van potentiële zwemlocaties zet hij zich in alsof hij een militaire operatie leidt. Toegangsregels, getijdeninformatie, historische watertemperaturen—Arend kent ze uit zijn hoofd.

En dus reizen we, tegen beter weten in, naar alternatieve zwemplekken. De ene keer stuiten we op een druk bad vol bejaarden die keuvelen en niet vooruit komen, en aquavit trainingen. De andere keer ontdekken we dat de beoogde baai precies op onze donderdagavond niet toegankelijk is. En als we eindelijk een plek vinden die aan (bijna) alle eisen voldoet? Dan blijkt het water de temperatuur van een gemiddelde diepvries te hebben.

Uiteraard wordt elke zwemafspraak voorafgegaan door een intensieve discussie thuis. Verkoudheid, werkstress, een opkomende regenwolk—elk excuus wordt geprobeerd, maar uiteindelijk staan we er toch weer. Want zwemmen is gezond, zeggen ze. En ergens, diep vanbinnen, weten we dat ze misschien wel gelijk hebben.

Maar mocht iemand een goed alternatief kennen waar het water warm is, de golven mild, en de donderdagen gegarandeerd beschikbaar—laat het ons weten. Arend zal het graag toevoegen aan zijn spreadsheet.

PlaatsOordeel OpmerkingenOpen op donderdag avond
BolswardGoedGeen ervaring op donderdag avond19.00 – 20.30
Banenzwemmen
HeerenveenNog niet getest20.00 – 21.00 uur
LemmerGoedBeste bad tot nu toe maar voorlopig gesloten.
SneekMatigDruk en op donderdag 1 baan dicht19:45 – 21:00
WorkumRedelijkGeen rust (ondiep) gedeelte, druk een kwartier na start zwemuur, weinig banen beschikbaar19.00 – 20.30
Banenzwemmen
PlaatsOordeel OpmerkingenOpen op donderdag avond
BolswardGoedGeen ervaring op donderdag avond19:00-203:30
HeerenveenNog niet getest1900:20:00
LemmerGoedBeste bad tot nu toe maar voorlopig gesloten.
SneekMatigDruk en op donderdag 1 baan dicht
WorkumRedelijkGeen rust (ondiep) gedeelte, druk een kwartier na start zwemuur, weinig banen beschikbaar
“From Cigarettes to Candy Bars: How Big Tobacco Hooked Us on Junk Food”

“From Cigarettes to Candy Bars: How Big Tobacco Hooked Us on Junk Food”

In the 1980s and 1990s, major tobacco companies like Philip Morris and R.J. Reynolds diversified into the food industry, acquiring brands such as Kraft, General Foods, Nabisco, and Hawaiian Punch. This strategic move allowed them to apply their expertise in creating addictive products to the 

Ultra-Processed People: Dr. Chris van Tulleken’s Eye-Opening Exposé on What’s Really in Our Food

Ultra-Processed People: Dr. Chris van Tulleken’s Eye-Opening Exposé on What’s Really in Our Food

In his new book, Ultra-Processed People, Dr. Chris van Tulleken—the renowned infectious diseases doctor and BBC broadcaster—delves into a global issue that’s both insidious and deeply personal: ultra-processed food (UPF). From his years of medical training at Oxford to his groundbreaking research on corporate influence 

AG1 – The Rise, the Hype, and the Untold Story of Its Founder

AG1 – The Rise, the Hype, and the Untold Story of Its Founder

If you’ve listened to just about any podcast lately, you’ve probably heard about a certain green smoothie powder that claims to be a one-stop shop for all your nutrient needs. AG1 (formerly Athletic Greens) has taken the wellness world by storm, backed by some of the most recognizable names in science communication—think Andrew Huberman, Peter Attia, and just about every wellness influencer with an affiliate link. It promises simplicity: one scoop, one drink, all your vitamins, minerals, and more. For $3 a day, it’s marketed as an easy, delicious solution to fill any nutrient gaps in your diet.

It’s easier to scam people than to convince them they’re being scammed.

AG1’s straightforward appeal has earned it a devoted following and even led to a $1.2 billion valuation. But, as with any mega-popular supplement, it’s also attracted some serious scrutiny. From the Today Show to the New York Times, experts have started digging into the science behind AG1’s claims, asking whether it really is “the best-formulated bioavailable nutrient shake in the world,” as its marketing claims. And to some extent, the criticisms are predictable: nutrition science is notoriously tricky, and putting all your nutritional eggs in one powdered basket is a bold claim.

But there’s one angle that nobody has explored yet—the background of AG1’s founder.


The Backlash: Does AG1 Live Up to Its Promises?

The backlash against AG1 isn’t just coming from a few skeptics; it’s a wave of high-profile experts who are questioning whether this all-in-one supplement is truly the miracle cure it’s made out to be. Here’s a breakdown of what’s been raising eyebrows:

  1. Bioavailability Claims: AG1 is marketed as being highly “bioavailable,” meaning its nutrients are easy for the body to absorb and use. Yet, bioavailability varies widely between individuals and depends on many factors that one shake can’t account for. Does the product deliver nutrients in a form the body can actually use? Experts are unsure.
  2. Ingredient Effectiveness: With dozens of ingredients in a single scoop, some experts question how effective any one of those nutrients can be. Certain vitamins and minerals can also interfere with each other’s absorption, meaning you might not get the full benefits even if they’re all in one drink.
  3. Long-Term Benefits: Like any supplement, AG1 is likely helpful for those with specific nutrient deficiencies. But is it really a cure-all? Skeptics argue that for most people eating a balanced diet, a daily AG1 shake might be an expensive habit with diminishing returns.

The Story Everyone Missed: Who’s Behind AG1?

AG1’s founder, Chris Ashenden, has an interesting past that has flown under the radar amid the shake’s meteoric rise. His background isn’t that of a typical nutritionist, dietitian, or even a health scientist. In fact, his journey to founding a billion-dollar supplement brand might surprise even the most loyal AG1 drinkers.

The story behind AG1’s creation and growth reflects not only an entrepreneurial leap but also a complex relationship with the supplement industry. Where some founders have a background deeply rooted in science or nutrition, Ashenden’s history includes a colorful variety of ventures and a knack for marketing over science. This doesn’t mean AG1 doesn’t deliver on some of its promises—but it raises questions about the motivations driving the product’s design and marketing.


The Takeaway: What Should You Believe?

AG1 is undoubtedly a sensation in the wellness world, and many users report that it’s helped them feel healthier and more energized. But it’s worth keeping a critical eye on any product that promises such an all-encompassing solution.

As the product’s popularity continues to grow, here are some things to consider:

  1. Check Your Sources: Influencers and scientists alike have endorsed AG1, but many have a financial interest in doing so. Before you buy, read up on the claims and look for independent reviews that aren’t tied to the product’s marketing.
  2. Balance First: Remember, a balanced diet is usually the best way to meet your nutritional needs. Supplements can help, but they aren’t magic potions, and their effectiveness often depends on individual health needs and lifestyle.
  3. Do Your Research on the Founders: Understanding the motivations behind a brand can give you a clearer picture of what you’re buying into. In AG1’s case, the founder’s background and approach to business may not be what you’d expect for a health brand.

AG1’s story is a reminder that in the world of wellness, it pays to look beyond the marketing. As more and more companies cash in on the promise of quick-fix health solutions, it’s up to consumers to dig a little deeper and decide what’s truly worth the investment. So, next time you hear that familiar podcast ad, take a moment to question: is the green shake in the glass as good as it sounds? Or just another drop in the endless sea of health hype?

The Hidden Truth Behind Processed Meat: Why Is Ham Pink and What Aren’t They Telling Us?

The Hidden Truth Behind Processed Meat: Why Is Ham Pink and What Aren’t They Telling Us?

We see it everywhere: bright pink ham slices, perfectly packaged, marketed as a safe and tasty snack for kids and adults alike. But how did we end up believing that processed meats are healthy or even necessary? And what’s behind that appealing pink color? A